Houtsoorten - Grove den

De grove den (Pinus sylvestris) is een naaldboom uit de dennenfamilie (Pinaceae). De naam ‘pinus’ komt van vlot, omdat het hout vroeger werd gebruikt voor boten en vlotten. De grove den is de meest voorkomende soort in het Nederlandse bos en momenteel vooral te vinden op de armere zandgronden. Oorspronkelijk hoort de soort vooral thuis op de overgangen van veen naar drogere zandgronden. Met de grote heidebebossingen vanaf de 18e eeuw zijn enorme arealen heide en stuifzanden met de soort beplant, vooral ook op de Veluwe. Het hout werd gebruikt voor het stutten van de gangen in de Nederlandse steenkolenmijnen, vooral ook omdat het de eigenschap heeft te kraken voordat het breekt. Overigens is de ‘vliegden’ op de heide ook een grove den, maar eentje die de ruimte heeft gekregen en daarom wijds uitgegroeid is.

Het hout van de grove den wordt grenen genoemd. Het hout is goed te spijkeren en te schroeven en tevens makkelijk te schaven. Soms kan het, bij een teveel aan hars, wat lastig te verlijmen en te schilderen zijn. Het dient dan ontvet te worden met thinner. Grenen kent een breed scala aan toepassingen: zaaghout (voor vloeren en constructies), hout voor de grond- weg en waterbouw sector (bijv. geluidsweringen), pallets, (fruit)kisten, (boom)palen, speeltoestellen, gordingen, tuinhout, spaanplaat, krantenpapier, meubels en OSB platen. Grenen wordt momenteel in toenemende mate gewaterd, waardoor het hout stabieler wordt, sneller droogt, gemakkelijker bewerkt en beter geïmpregneerd kan worden. Door het wateren logen suikers uit die voor bijvoorbeeld houtverkleurende schimmels interessant zijn. In de Welna-BouwHout constructies, bijvoorbeeld het Gastenverblijf en andere gebouwen als het clubhuis en kantoren, worden alleen mooi gegroeide, oude bomen (ca. 90-120 jaar) gebruikt met zoveel mogelijk kernhout. Het grenenhout wordt gebruikt voor de stapelbare logs, binnenaftimmering, trappen, deuren en kozijnen naar wens.